• hotel-die-port-front-by-night
  • Hotelroom Die Port van Cleve
  • brasserie-de-poort-restaurant
  • bar-bodega-de-blauwe-parade-amsterdam-citycentre

  • hotel-die-port-van-cleve-history

De rijke geschiedenis van dit klassieke hotel in Amsterdam centrum dateert terug naar 1864 toen G.A. Heineken zijn eerste brouwerij opende op deze locatie. Als gevolg van het opvullen van de gracht voor het gebouw door het gemeentelijk bestuur in de naam van modernisering, verhuisde Heineken zijn brouwerij naar de huidige locatie aan de Stadhouderskade in Amsterdam.

De gebroeders Hulscher namen het bedrijf over en op 5 september 1870 opende zij hier een uniek bierhuis genaamd Die Port van Cleve. Gedurende de verbouwing van het gebouw vonden de Gebroeders Hulscher een gedenksteen met daarop de inscriptie "Die Port van Cleve", vandaar de naam. Het bierhuis was een populaire plaats waar zaken mannen en kunstenaars bij elkaar kwamen. Het duurde dan ook niet lang voordat het bierhuis uitbreidde met een restaurant, Brasserie De Poort, waar men typische Nederlandse gerechten serveerde en de nog steeds beroemde genummerde biefstukken. De genummerde biefstukken worden tot op heden op deze locatie geserveerd en snel zal het magische aantal van 6.000.000 genummerde en gecertificeerde steaks bereikt worden.

Met de komst van de reizende handelaren, veranderde het restaurant al snel in een hotel, Hotel Die Port van Cleve Amsterdam.

In 1996 werd Hotel Die Port van Cleve gekocht door de huidige eigenaren, de aandeelhouders van Aeon Plaza Hotels. Sindsdien heeft het gebouw verschillende structurele veranderingen ondergaan. Het monumentale pand van Amsterdam Hotel Die Port van Cleve heeft nog verschillende authentieke karakteristieken. De unieke voorkant van dit historische Amsterdamse hotel is onveranderd gebleven en heeft een monumentale status verworven. Zo ook het unieke interieur van Bar-Bodega De Blauwe Parade, met een groot Delfts Blauw tegelfries daterend uit 1887.

Meer: gedetaileerde geschiedenis van die Port van Cleve

Opening bierhuis Die Port van Cleve

In 1868 werd door de gebroeders Hulscher een overeenkomst aangegaan met de heer Heineken, eigenaar van bierbrouwerij De Hooiberg. Een zeer oude instelling, welke in 1675 al vernoemd werd. Onder de firmanaam Gebroeders Hulscher zouden zij samen een bierhuis openen op de Nieuwezijds Voorburgwal, gelegen vlak achter de brouwerij. Daarvoor moesten eerst twee, naast elkaar gelegen, pakhuizen verbouwd worden.

Bij de verbouwing werd in een muur een oude gevelsteen gevonden. Hierop stond een voorstelling van verschillende gebouwen in de stijl van Oud-Neurenberg en daaronder het opschrift: Die Port van Cleve. De gebroeders Hulscher besloten het nieuwe bierhuis deze naam te geven, waarbij minder gedacht moet worden aan een eigenlijke poort, dan wel aan de middeleeuwse benaming voor versterkte stad.

Op 5 september 1870 werd het bierhuis Die Port van Cleve officieel geopend en van het begin af aan, was het iedere avond druk. In dit bierhuis werd uitsluitend bier uit De Hooiberg brouwerij geschonken, welke van zeer goede kwaliteit was. Zo'n ruime gelegenheid was in die tijd in Amsterdam, iets geheel nieuws.

Naamsbekendheid en bezienswaardigheid

Het eenvoudige bierhuis werd zeer goed bezocht. De goede naam van De Poort, zoals het bierhuis inmiddels in de volksmond genoemd werd, verspreidde zich al snel. Overal in het land ontstonden bier- en koffiehuizen onder de naam Die Port van Cleve. In augustus 1872 maakten de Gebroeders Hulscher in een advertentie bekend dat, waar ook gelijknamige bedrijven startten, deze niets met hun zaak van doen hadden. Zij waren namelijk van mening dat 'een goede vlag geen slechte lading moest trekken'.

Tegelijk werd hiermee iets anders bewezen. Niet alleen de Amsterdammers zelf kwamen graag in De Poort, maar ook op alle bezoekers van Amsterdam oefende zij een sterke aantrekkingskracht uit. Zelfs de provincialen voelden zich hier op hun gemak en verspreidde de naam door het hele land als een bezienswaardigheid van de hoofdstad. De Poort verkreeg een zeer grote naamsbekendheid zonder dat men zich op geregelde reclame had toegelegd. Op feestelijke gelegenheden probeerden zij wel, op een bijzondere manier, de aandacht te trekken.

In mei 1874, toen de 25-jarige regeringsperiode van Koning Willem III met grote feesten werd gevierd, was de hele voorgevel betimmerd met een kolossaal houtwerk. Deze was versierd door 7500 vetlampjes. De vetlampjes gaven een voorstelling van het gebouw 'De Poort van Kleef', zoals deze op de oude gevelsteen stond.

Eethuis met genummerde biefstuk

In datzelfde jaar werd De Poort uitgebreid met een eethuis. De beroemde genummerde biefstukken deden hun intrede en overschaduwden zelfs voor een deel, de roem van het Hooibergbier. Bij de feesten in mei 1874 was het ontzettend druk. De vraag naar biefstukken en karbonades was enorm. Toch moest de zaak om zeven uur 's avonds gesloten worden, omdat alle handen nodig waren voor het aansteken van de vetlampjes.

Inmiddels was Brouwerij De Hooiberg verplaatst naar de Buitensingel, de huidige Stadhouderskade, waar de Heineken Bierbrouwerij verrees zoals men die nu kent. Verhuizen was noodzakelijk geworden, daar de grachten gedempt werden en transport niet meer mogelijk was. De bierbottelarij voor het Hooibergbier was op haar oude plaats, onder zorgen van de Gebroeders Hulscher, gebleven. Het werd vanaf hier over het hele land en zelfs het buitenland verzonden.

In 1876-1877 werd het achtergedeelte dat uitkwam op de Nieuwezijds Voorburgwal, na de demping Spuistraat gedoopt, geheel veranderd. Hierdoor kwam er ruimte voor een veel grotere keuken met bijbehorende afdelingen.

Eerste bar met elektrisch licht

In januari 1879 zouden er grote feesten zijn bij de intocht van Koning Willem en zijn gemalin Koningin Emma. De gebroeders Hulscher hadden hiervoor weer een groot plan ontworpen. Ook al gingen de feesten uiteindelijk niet door, toch werd het plan uitgevoerd. De eerste week van februari is Die Port van Cleve iedere avond verlicht geweest. Hoewel men in die tijd er reeds veel over had gehoord, kende men nog geen elektrisch licht. Er kwamen dan ook vele mensen hier op af.

Sindsdien werd De Poort letterlijk bestormd. Men moest en zou hier bier drinken en een hapje eten onder het elektrische licht. Burgemeester en wethouders verschenen om zich te overtuigen van deze nieuwigheid, waarin de hele gemeente belang stelde. Uit heel Nederland kwamen fabrikanten en directeuren van grote bedrijven, om het elektrische licht in De Poort te zien. Het project was erg duur, maar de gebroeders Hulscher lieten zich hierdoor niet afschrikken. Ze gaven daarmee blijk van hun vooruitstrevende geest.

Tevens dames in Die Port van Cleve welkom

Tegen het einde van de 19e eeuw, was het geen gebruik en zelfs onfatsoenlijk dat dames in koffiehuizen kwamen. Maar ook hierin heeft De Poort verandering gebracht. Achter het gebouw, door hoge huizen omgeven, was een binnenplaats open gebleven. Deze had de naam Het Tuintje gekregen. In de zomermaanden was het daar altijd druk. De roep van gezelligheid had tot gevolg dat de trouwe bezoekers daar vrouw en dochters mee naartoe brachten. Zelfs de deftigste dames uit de stad kwamen er even een kijkje nemen. Helaas werd Het Tuintje op 1 september 1885 onherroepelijk gesloten. Het moest worden opgeofferd, om van de beschikbare ruimte nog beter partij te trekken.

In 1888 werden in- en uitwendige veranderingen tot stand gebracht. Het gebouw verkreeg aan de zijde van de Voorburgwal een geheel nieuwe gevel, uitgevoerd in zand- en baksteen met hoge toogramen, die meer licht in de zaal brachten. Verder werden er grote veranderingen ondergaan in de keuken, met daarbij behorende afdelingen. De grote zaal was echter vrijwel niet veranderd, zodat alle bezoekers er zich als vanouds thuis bleven voelen.

Opening bodega De Blauwe Parade

Het pand naast De Poort was inmiddels mede in het bezit van de gebroeders Hulscher overgegaan. Dat werd de Bodega De Blauwe Parade, welke op 3 juli 1888 werd geopend. Hierin is een groot tegelfries aangebracht met kinderfiguurtjes, welke is ontworpen door de directeur van het Rijksmuseum Lambert van Meerten. Dit tegelfries is in 1887 gemaakt door Joost 't Hooft & Labouchere en A. Le Comte, van de Koninklijke Porceleyne Fles te Delft.

De afbeelding stelt een parade van kinderen voor, die historische zegetochten uit de Gouden Eeuw nabootsen, ter ere van Keizer Maximiliaan. De keizer is herkenbaar aan zijn kroon en de drie Andreaskruisen op zijn borst. Deze kruizen staan voor heldhaftigheid, vastberadenheid en barmhartigheid en zijn tegenwoordig terug te vinden in het wapen van de stad Amsterdam. In de Bodega schonk men tevens diverse heerlijke zuidwijnen, welke ook opgeslagen lagen in de wijnkelder.

De Poort had namelijk niet alleen wijnen in voorraad voor eigen gebruik, maar tot het bedrijf behoorde ook een uitgebreide wijnhandel. De Poort stond ook in geregelde verbinding met bekende wijnhuizen in Oporto, voor de echte portwijn en met Cadix en Jerez de la Frontera voor verschillende soorten sherry-wijnen.

Na verschillende veranderingen in de eerste periode, is De Poort geruime tijd hetzelfde gebleven. Totdat in 1910, ongeveer ten tijde van het 40-jarig bestaan, een grote concessie is gedaan aan de nieuwe tijd en aan hen die nu eenmaal wat meer op comfort waren gesteld.

De bovenverdieping werd ingericht als een modern restaurant, volgens de nieuwste eisen en met afzonderlijke keukeninrichting. Er hoefde zelfs geen trappen meer beklommen te worden, want ook werd er een lift geïnstalleerd naar het Franse restaurant, een zeer deftig geheel. De gehele inrichting, de stoffering, tapijten, elektrische kroontjes, moderne verwarmingsinstallaties en hagelwit gedekte tafels, alles was in overeenstemming. Ook was het er zeer rustig. Zelfs de kelners zorgden ervoor dat de gasten niet gestoord werden. Zij bewogen zich geruisloos met beleefde, correcte gebaren en spraken zelfs een andere taal met Franse keukentermen erdoor.

'De echo' in het drukbezochte eethuis

Het systeem van eethuis De Poort op de benedenverdieping, bestond uit het, in zo'n kort mogelijke tijd, serveren van de best bereide gerechten. Centraal stond de snelheid waarmee de bestelling werd uitgevoerd. Een kort overleg met de kelner, en deze riep luidkeels achter elkaar en zonder adem te scheppen de bestelling door. De kelner achter het buffet, vanzelfsprekend en vanouds bekend als 'de echo', zei hem dan zonder haperen woordelijk na. Roepend door een vierkante opening, die uitzicht gaf in de, achter het buffet liggende, keuken.

Stel het je eens voor... een hele zaal vol gasten die graag willen bestellen. Al die wensen, door de kelners, luidkeels doorgeroepen en vervolgens door 'de echo' herhaald, waarbij de gerechten zeer snel bereid en geserveerd werden. Dan krijgt men enigszins een idee, van het gerucht en de prettige drukte die dit alles met zich mee bracht.

Gelijkheid in het diverse publiek

In deze levendige ruimte zaten deftige beursheren en grote kooplui, maar ook eenvoudige burgers, boeren en buitenlui, rustig te eten. Er heerste gelijkheid. Rangen en standen vielen hier weg. Zich haasten kende men in die tijd niet. Maar toch telkens als er één opstond, werd deze stoel meteen opnieuw bezet. Op de drukke uren werd iedere tafel drie tot vier maal bezet. Nergens anders, dan hier bij De Poort, werd het van oorsprong Duitse gebruik gehanteerd. Iedereen zat bij elkaar aan tafel, al was de buurman of buurvrouw een onbekende. Dit gebeurde zelfs zonder eerst te vragen of het toegestaan was.

Veel gasten hadden hun eigen plaats en wilden het liefst geholpen worden door hun vaste kelner. Deze wist wat de wensen van zijn gasten waren. De gasten hoefden niet eens meer te bestellen, want het menu was precies bekend: van aperitief tot tandenstoker, inclusief een bepaalde krant. Iedereen genoot van onder andere de overheerlijke biefstukken met aardappelen en eieren.

Het geheim achter deze bijzondere biefstukken, ligt in het feit dat deze in De Poort gebakken werden op turfvuren. Ook werden ze volgens alle regels van de kunst gebakken, direct vanuit de pan opgediend en onmiddellijk opgegeten.

Het belangrijkste element in De Poort mag zeker niet vergeten worden. Dit is namelijk de kelner. Dat was immers degene die rechtstreeks met het publiek in contact stond en daarmee een zeer belangrijke rol vervulde. Hij ging vertrouwelijk met de gasten om en kenden hen allen. Toch ontaarde zijn toon nooit in ongepaste familiariteit. De kelner werkte met ijver en natuurlijk met de snelheid die in De Poort wet en regel was. Geen van deze kelners is er nu nog werkzaam, maar de goede traditie is gebleven. Men voelde zich hier thuis.

Tot op heden is er gesproken over de drukke uren, maar er waren natuurlijk ook andere, rustige uren. Gedurende korte tijd iedere dag, had De Poort een ware stormloop te doorstaan. Daarna trad een betrekkelijke stilte in. Het was een drukte bij vlagen. Vooral tijdens koffietijd en in het late middaguur was het rustig. Hier en daar zaten op deze tijden enkele gasten. Ze lazen de krant of bladerden in illustraties. De Poort had dan wel geen echte grote leestafel, maar wel een groot aanbod van periodieken, waarbij onder andere alle provinciale bladen.

Moeilijke tijden tijdens de Eerste Wereldoorlog

Helaas moet er nog iets vermeld worden over de periode, welke weinig prettige herinneringen heeft achter gelaten. Tijden de oorlogsjaren, 1914-1918, ging het namelijk niet zo goed met Die Port van Cleve. Vooral in de distributietijd ging het van kwaad tot erger. De Poort zonder biefstukken was immers De Poort niet meer. Toch heeft dat een volle vijf maanden geduurd. Er was ook geen boter meer, maar zolang het maar enigszins kon, is men toch blijven bakken. Alleen dan met een eigen rantsoen. Wel ieder dag, maar alleen tot de lunchtijd.

Als surrogaten voor de biefstuk kwamen hier allerlei soorten vis, en wat in officiële taal 'slachtafval' genoemd werd. Waarbij tongen, lever en vis. In de keukens werden wonderen verricht. Men moest steeds weer nieuwe schotels verzinnen. Zo kwamen er bijvoorbeeld spiegeleieren met nieren en nieren-schoteltjes. In plaats van echt vers vlees kwam er corned beef en ander goed in blikjes.

Met allerlei kunst- en vliegwerk slaagde men erin om het bedrijf zo goed en zo kwaad als het ging op gang te houden. Toch was het natuurlijk erg bedroevend om trouwe bezoekers teleur te moeten stellen met allerlei ongewone gerechten. Merkwaardig is dat verschillende spijzen juist in dergelijke tijden zijn uitgevonden en tot op heden als delicatessen zijn blijven voortbestaan.

Hedendaags hotel met historische omlijsting

Wanneer men heden ten dage Die Port van Cleve bezoekt, proeft men nog de sfeer van lang vervlogen tijden. Binnen deze historische omlijsting zijn de ontwikkelingen echter niet stil blijven staan. Moderne faciliteiten & elementen worden op smaakvolle wijze geïntegreerd in het geheel. Ook nu nog in de 21e eeuw, leeft in Die Port van Cleve de combinatie van historie, gastvrijheid en persoonlijke service voort en verzekert u van een bijzonder verblijf in een wervelende stad.